© Foto: Stan De Jong

IUCN-status: Niet bedreigd (2020)

Nederlandse naam: Zwartgevlekte tandkarper.

Wetenschappelijke naam: Phalloceros caudimaculatus reticulatus.

Synoniemen: 

Oorsprong: Brazilië, Paraguay, Uruguay en Argentinië.

Biotoop: Zuid-Amerikaans.

Geslachtsonderscheid: Mannetjes hebben een tot gonopodium (geslachtsorgaan) omgevormde vin onderaan de buik. Ook is het mannetje kleiner dan het vrouwtje. Als het mannetje volgroeid is wordt zijn lichaam platter.

Temperatuur: 16 - 24 graden Celsius.

pH: 7 tot 8.

GH: 8 tot 15.

Licht: Normaal.

Beplanting: Dichte beplanting met wat drijfplanten en enkele open zwemruimtes.

Bodembedekking: Zand of grind. Wat stukken (kien)hout, stenen of takken worden zeker ook op prijs gesteld.

Stroming: Zwak tot matig.

Leeftijd: 5 jaar.

Lengte: Mannetje 3,5 cm en vrouwtje 5 cm.

Voedsel: Droogvoer, diepvriesvoer, groenvoer en levend voer. Als ze geen groenvoer krijgen durven ze wel eens hapjes uit zachte planten te nemen.

Aquariummaat: 60 cm.

Waterlaag: Midden.

Karakter: Zeer vreedzaam.

Aantal: 1 mannetje met 2 vrouwtjes of een meervoud hiervan.

Geschikt voor: Beginners met enige ervaring.

Geschikt voor gezelschapsaquarium: Kan, mits de medebewoners ook klein zijn. Beter is om ze in een speciaal aquarium te houden.

Draagtijd: Ongeveer 4 tot 6 weken.

Bijzonderheden:

Kweekinfo: Het kweken met het Zwartgevlekte tandkarpertje is makkelijk en ze stellen aan het water verder geen eisen.

 

Het zijn levendbarende vissen die dus geen eitjes leggen, maar in plaats daarvan direct levende jongen ter wereld brengen, zogenaamde eierlevendbarende vissen. Deze jongen worden geboren met de mogelijkheid om direct volledig zelfstandig te functioneren en zichzelf te verzorgen. Dit unieke voortplantingsproces verloopt snel, aangezien de draagtijd doorgaans slechts tussen de 4 tot 6 weken ligt, wat relatief kort is in vergelijking met andere vissoorten.

 

Geen van beide ouders zal enige vorm van zorg of bescherming bieden aan de jongen na de geboorte. Dit tandkarpertje eet zijn eigen jongen echter zelden op, tenzij er sprake is van extreme honger. Het is wel belangrijk om rekening te houden met eventuele medebewoners in het aquarium, want deze kunnen de jongen mogelijk als prooi beschouwen, afhankelijk van de soorten waarmee ze samen worden gehouden.

 

De jongen kunnen succesvol worden grootgebracht door ze te voeren met fijn stofvoer, zorgvuldig fijngewreven droogvoer, of Artemia-naupliën, die ideaal zijn vanwege hun voedzame eigenschappen en de juiste grootte voor jonge vissen.

 


Hoe nuttig vond u dit artikel?

Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.

(Plaatsing star-rating 05-03-2025)

Rating: 0 sterren
0 stemmen