Laatst bijgewerkt: 21 februari 2025
IUCN-status: Niet geëvalueerd
Nederlandse naam: Pantsermeerval aeneus albino.
Wetenschappelijke naam: Osteogaster aeneus albino.
Synoniemen: Corydoras aeneus albino.
Oorsprong: Zuid-Amerika.
Biotoop: Zuid-Amerikaans.
Geslachtsonderscheid: Volwassen vrouwtjes zijn voller gebouwd en worden groter dan het mannetje.
Temperatuur: 22 - 26 graden Celsius.
pH: 6,4 tot 7,4.
GH: 5 tot 20.
Licht: Normaal.
Beplanting: Normale beplanting, bij gebruik van drijfplanten er wel voor zorgen dat er grote open stukken zijn waar ze lucht kunnen happen.
Bodembedekking: Gebruik fijn afgerond zand anders kunnen hun baardharen beschadigen. Verder de bak inrichten met schuilholen, kienhout, grotten en stenen.
Stroming: Matig tot sterk.
Leeftijd: 8 jaar.
Lengte: Mannetje 6,5 cm en vrouwtje 7,5 cm.
Voedsel: Droogvoer, diepvriesvoer, groenvoer en levend voer.
Aquariummaat: 80 cm.
Waterlaag: Bodembewoner.
Karakter: Vreedzaam.
Aantal: Groepsvis, minimaal 6.
Geschikt voor: Beginners.
Geschikt voor gezelschapsaquarium: Ja, zorg wel voor voldoende schuilplaatsen.
Tijd voor uitkomen eitjes: Na 2 tot 3 dagen.
Bijzonderheden: Tegenwoordig is er ook een longfin variant van deze soort (foto 4).
Kweekinfo: Het kweken van deze soort is vrij makkelijk.
Neem een aparte kweekbak voor het beste kweekresultaat. Zorg ervoor dat de kweekbak goed schoon is en vrij van mogelijke verontreinigingen. Plaats vervolgens 2 mannetjes en 1 vrouwtje in de kweekbak, zodat de kans op succesvolle voortplanting groter wordt. Indien men niet zeker is van het geslacht van de vissen, kan men er ook voorzichtig voor kiezen om een groepje van 5 vissen in de kweekbak te plaatsen. Dit verhoogt de kans dat er zowel mannelijke als vrouwelijke exemplaren aanwezig zijn. Voer de vissen een week lang met zéér gevarieerd voer, waarbij het belangrijk is om ze ook levend voer te geven. Levend voer bevat namelijk belangrijke voedingsstoffen die de vissen in optimale conditie brengen. Na deze week, laat men langzaam de temperatuur in de kweekbak geleidelijk aan zakken naar ongeveer 19 graden Celsius. Let erop dat dit proces niet te snel verloopt, om stress bij de vissen te vermijden. Daarnaast kan men ook een gedeelte van het water verversen en vervangen door koud, vers water om een natuurlijke stimulans te creëren.
De vissen zullen vervolgens die nacht, of uiterlijk de daaropvolgende nacht, al overgaan tot het afzetten van hun eitjes. Zodra één of meerdere vrouwtjes beginnen met de ei afzetting, zullen de andere vissen vaak instinctief volgen en deelnemen aan het proces. Dit zorgt ervoor dat er een cyclus op gang komt, ongeacht of elke individuele vis daadwerkelijk eitjes produceert. Het is belangrijk om te weten dat zodra de eitjes zijn afgezet, men de volwassen vissen snel uit de kweekbak moet verwijderen. Laat men de vissen namelijk zitten, dan zullen ze in korte tijd de eitjes opeten, wat uiteraard de kweekpoging tenietdoet. Zorg er ook voor dat de verlichting in de kweekbak gedimd is en niet te fel, omdat een te hoge lichtintensiteit kan leiden tot het beschimmelen van de eitjes. Dit kan het resultaat van de kweek ernstig beïnvloeden.
De eitjes komen na ongeveer 2 tot 3 dagen uit, afhankelijk van de temperatuur en de omstandigheden in de kweekbak. De jonge visjes die uit de eitjes komen, kunnen het beste worden gevoed met kleine ongewervelden zoals Cyclops en Artemia-naupliën. Deze vormen van voedsel zijn rijk aan voedingsstoffen en gemakkelijk te verteren voor de pasgeboren visjes, waardoor ze goed kunnen groeien en sterker worden.
Hoe nuttig vond u dit artikel?
Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.
(Plaatsing star-rating 21-02-2025)