Laatst bijgewerkt: 24 februari 2025

© Foto's: Hans Harreveld

IUCN-status: Niet bedreigd (2009)

Nederlandse naam: Jae barbeel.

Wetenschappelijke naam: Enteromius jae.

Synoniemen: Barbus jae.

Oorsprong: Angola, Kameroen, Kongo, Democratische Republiek Kongo, Equatoriaal Guinea en Gabon.

Biotoop: Afrikaans.

Geslachtsonderscheid: Het mannetje is kleiner en slanker gebouwd dan het vrouwtje.

Temperatuur: 21 - 25 graden Celsius.

pH: 5,5 tot 6,5.

GH: 0 tot 4.

Licht: Matig.

Beplanting: Dichte randbeplanting met nog wel voldoende zwemruimte. Drijfplanten zijn aan te raden en dan kan de verlichting wat sterker.

Bodembedekking: Zand of grind. Wat bladafval (gedroogde eiken of beuken bladeren) op de bodem en (kien)hout of takken worden zeker ook op prijs gesteld.

Stroming: Matig.

Leeftijd: 3 jaar.

Lengte: 3 tot 4 cm.

Voedsel: Alleseter met een voorkeur voor klein levend voer.

Aquariummaat: 60 cm.

Waterlaag: Midden.

Karakter: Zeer vreedzaam.

Aantal: Schooltje van minimaal 6 vissen.

Geschikt voor: Beginners met enige ervaring.

Geschikt voor gezelschapsaquarium: Ja, mits samengehouden met niet te grote en drukke vissen.

Tijd voor uitkomen eitjes: Na ongeveer 2 dagen.

Bijzonderheden: 

Kweekinfo: De kweek met de Enteromius jae is niet lastig.

Men dient de vissen, voordat ze in de kweekbak worden geplaatst, zorgvuldig gedurende een periode van 1 of 2 weken goed te voeren met eiwitrijk voedsel, bij voorkeur levend voer. Dit zorgt ervoor dat de vissen in optimale conditie verkeren voor het kweekproces. De bodem van de kweekbak moet volledig worden bedekt met een laag knikkers van ongeveer 3 knikkers hoog. Deze knikkers bieden een veilige plek voor de eitjes, zodat deze niet worden opgegeten. Daarnaast is het belangrijk dat er veel Javamos aanwezig is in de kweekbak, omdat dit een ideale schuilplaats biedt voor de eitjes en tegelijkertijd een natuurlijke omgeving simuleert waarin ze zich veilig kunnen ontwikkelen.

Het is aan te raden om een aantal koppeltjes in de kweekbak te plaatsen, omdat dit de kans op een succesvolle kweek aanzienlijk vergroot. Wanneer de vissen gaan paren, worden er meestal rond de 70 eitjes afgezet in de kweekbak. Direct na de ei-afzetting is het noodzakelijk om de volwassen vissen uit de bak te verwijderen, omdat zij anders de gewoonte hebben om de eitjes op te eten. Ongeveer 1 of 2 dagen na het afzetten komen de jonge vissen uit de eitjes tevoorschijn. Nog eens 6 dagen later beginnen ze vrij rond te zwemmen in de bak. Op dat moment kan men ze beginnen op te kweken met fijn stofvoer, wat ideaal is voor hun eerste levensfase. Later kan men overschakelen naar Artemia-naupliën, die een uitstekende voedingsbron vormen voor een gezonde groei en verdere ontwikkeling van de jonge vissen.


Hoe nuttig vond u dit artikel?

Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.

(Plaatsing star-rating 24-02-2025)

Rating: 0 sterren
0 stemmen