Laatst bijgewerkt: 21 februari 2025
IUCN-status: Niet bedreigd (2020)
Nederlandse naam: Dwergpantsermeerval.
Wetenschappelijke naam: Gastrodermus pygmaeus.
Synoniemen: Corydoras pygmaeus.
Oorsprong: Brazilië.
Biotoop: Zuid-Amerikaans.
Geslachtsonderscheid: Volwassen vrouwtjes zijn voller gebouwd en worden iets groter dan het mannetje.
Temperatuur: 22 - 28 graden Celsius.
pH: 6 tot 8.
GH: 4 tot 15 maar bij voorkeur lager dan 8.
Licht: Matig.
Beplanting: Normale tot dichte beplanting, bij gebruik van drijfplanten er wel voor zorgen dat er grote open stukken zijn waar ze lucht kunnen happen.
Bodembedekking: Gebruik fijn afgerond zand anders kunnen hun baardharen beschadigen. Verder de bak inrichten met schuilholen, kienhout, grotten en stenen. Gedroogde bladeren van de eik of beuk op de bodem stellen ze erg op prijs.
Stroming: Matig.
Leeftijd: 5 jaar.
Lengte: 2,5 cm.
Voedsel: Droogvoer, diepvriesvoer, groenvoer en levend voer. Het voer dient wel klein van formaat te zijn.
Aquariummaat: 60 cm.
Waterlaag: Bodembewoner.
Karakter: Zeer vreedzaam.
Aantal: Groepsvis, minimaal 6.
Geschikt voor: Beginners.
Geschikt voor gezelschapsaquarium: Ja, zorg wel voor voldoende schuilplaatsen.
Tijd voor uitkomen eitjes: Na 3 tot 6 dagen.
Bijzonderheden:
Kweekinfo: Het kweken met dit visje is makkelijk.
Het beste kan een klein kweekbakje worden gebruikt dat is voorzien van wat beplanting en hulpmiddelen om de visjes een ideale omgeving te geven. In de kweekbak plaatst men een goed gevoed vrouwtje samen met een twee mannetjes, zodat de kans op voortplanting optimaal is. Na een tijdje (als er nog niets gebeurd is) ververst men een gedeelte van het water om de omstandigheden te verbeteren en zorgt men gelijktijdig voor een lichte daling van de temperatuur. Dit kan het proces stimuleren doordat het de natuurlijke omstandigheden nabootst (een regenbui). De eitjes worden vervolgens afgezet op de planten of op het glas van het aquarium, meestal zo'n 50 stuks per keer, afhankelijk van de situatie. Na de ei-afzetting is het belangrijk de ouders te verwijderen om te voorkomen dat ze de eitjes opeten of beschadigen. Zorg er nu voor dat de verlichting niet te fel is, anders beschimmelen de eitjes en worden ze onbruikbaar.
Na 3 tot 6 dagen komen de jongen meestal tevoorschijn uit de eitjes; dit hangt af van de temperatuur en de kwaliteit van het water. Nog eens 2 dagen later beginnen ze vrij rond te zwemmen en worden ze actiever. Op dat moment kan men ze gaan voeren, het beste eerst met vloeibare voeding die de jongen gemakkelijk kunnen opnemen. Na een paar dagen kan men overstappen op fijn stofvoer, wat zorgt voor een verdere groei en ontwikkeling, en daarna met Artemia-naupliën, die extra voedingsstoffen bevatten en bijdragen aan een gezonde opstart van hun levenscyclus.
Hoe nuttig vond u dit artikel?
Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.
(Plaatsing star-rating 21-02-2025)